Knipsels

Prelude
Ouverture
Kunstkringen
Japanse Kampen
Orkesten/Koren
Komponisten
Artiesten
Sticusa/Erasmushuis
Programma's/Recensies
Encores/Links
Onderzoekers
Chronologie en kaarten
Knipsels
Gebouwen
Radio
gamelan
 
Bond van Kunstkringen, opgericht 1916          Print Version/Afdruk Versie

De Bond werkte als een wereldomvattend impresariaat en het is bijna onvoorstelbaar dat voorbereiding en uitvoering van tournees in handen waren van vrijwilligers, enthousiaste medewerkers, die de organisatie naast hun dagelijkse werkkring verrichtten.

In 1955 werden 291 uitvoeringen gegeven; in 1956 (het jaar waarin de Bond 40 jaar bestond) bedroeg dit aantal 375, waarbij bedacht moet worden dat vrijwel geen enkele tournee verliep volgens het oorspronkelijke schema: verbindingen vielen soms uit, reserveringen werden onverwacht gecanceld, meegebrachte instrumenten lieten het, als gevolg van het hete, vochtige klimaat, afweten, kortom een scala van onvoorziene gebeurtenissen trokken een wissel op het improvisatietalent van zowel de artisten als de organisatoren. Men kan zich afvragen waarom de Bond zich in de wereld zulk een grote bekendheid had verworven, dat het vele malen voorkwam dat artiesten van het internationale podium na afloop van een tournee zich tot de vertegenwoordiging van de bond in Amsterdam wendden om te informeren naar de mogelijkheid van een vervolgtournee in de toekomst. De goodwill die de bond had opgebouwd stoelde op het feit dat de artiesten tijdens hun tournee logeerden op particuliere adressen van Nederlanders of Indonesiërs die in plaatselijke Kunstkringen gastvrijheid aanboden.

Bovendien was dikwijls bij een tournee van wat grotere omvang een kort verblijf op Bali in het contract vastgelegd.

In 1951 gaf de basbariton Laurens Bogtman zijn eerste recital. In hetzelfde jaar verzorgde een trio bestaande uit Jean Pierre Rampal (fluit), Robert Veyron (piano) en de Nederlandse sopraan Elisabeth Lugt een groot aantal uitvoeringen in Indonesië. In mei 1952 verwelkomde de Bond Walter Gieseking, die tijdens zijn bezoek van tien dagen negen concerten zou geven.

Het is ondoenlijk om alle pianisten, die in de naoorlogse jaren in Indonesië tourneerden, de revue te laten passeren; ons beperkend tot enkele namen noemen wij: Theo Bruins (1953), Cor de Groot (1954), Daniël Wayenberg (1955), Louis Ketner (1955), Eugene List (1956), Hans Richter-Haaser (1957), Julius Kaetchen (1957).

Van de solistische strijkinstrumentalisten noemen we de cellisten Caspar Cassado (1953), Edmund Kurtz (1954) en de violisten Lola Bobesco op de piano begeleid door echtgenoot Jacques Genty (1951), Ricardo Odnoposoff met Gérard van Blerk als begeleider (1955), Henryk Szeryng met Geza Frid (1956), Ruggiero Ricci met Carlo Bussotti (1957).

In het jubileumjaar 1956 werd een serie recitals verzorgd door de tenor Peter Pears, begeleid door componist-pianist Benjamin Britten.

De aandacht op kamermuziek werd gevestigd door optreden van o.a. het Koeckert-strijkwartet (1955), Robert Masters-pianokwartet (1956), het La Salle en het Parrenin-strijkkwartet (1956) en het Smetana-kwartet (1957).

Met de universiteiten, in het bijzonder in Djakarta en Bandung en met de Radio Republik Indonesia kwam een zeer nauwe samenwerking tot stand die leidde tot een groot aantal studentenconcerten en radio-uitzendingen.

Toch kwam aan dit alles een abrupt slot: eind 1957, begin 1958 overspoelden de politieke ontwikkelingen ook het culturele leven in Indonesië. De zich in de afgelopen jaren op veelbelovende wijze ontplooiende Oost-West verhoudingen op dit terrein werden weggevaagd. de escalerende Nieuw-Guinea-problematiek leidde uiteindelijk tot een exodus van Nederlanders. De Bond - organisatorisch kwetsbaar door het vertrek van talrijke vrijwillige medewerkers en de spreiding over het gehele eilandenrijk - ging een ongewisse toekomst tegemoed.

H. van Weenen.

-----------------------------------------------------------------------------

Kunstkringen

Uit Tijdschrift "Moesson"

:  

Print Version/Afdruk Versie