Encores/Links

Prelude
Ouverture
Kunstkringen
Japanse Kampen
Orkesten/Koren
Komponisten
Artiesten
Sticusa/Erasmushuis
Programma's/Recensies
Encores/Links
Onderzoekers
Chronologie en kaarten
Knipsels
Gebouwen
Radio
gamelan
 
My many years          Print Version/Afdruk Versie

Encores

Uit: Arthur Rubinstein's My Many Years.

De volgende dag voeren we naar Batavia, alwaar we het mooie en toepasselijk genaamde Hotel des Indes vonden. Voor de lunch en het diner serveerden ze een rijsttafel, die bestond uit twintig verschillende gerechten, opgediend in kleine porties - stukjes vis en vlees, onbekende kleingesneden groenten en andere eetwaren. Ik moet toegeven dat het niet zozeer de smaak was die ons aantrok als wel de spectaculaire manier waarop het eten werd opgediend. De twintig gerechten werden naar onze tafel gebracht door een optocht van twintig obers in batik-achtige kostuums en zij herhaalden de optocht een aantal keer.

Als het niet zo ontzettend heet was geweest, dan zouden de drie optredens in Batavia me het gevoel hebben gegeven dat ik in Holland had gespeeld.

Nela klaagde over pijn, iets wat ons allebei verontrustte. Bij mijn concert in Bandung, de Nederlandse hoofdstad van het eiland, beloofde een Oostenrijkse arts ons dat hij haar zou behandelen in zijn kliniek. Het was voor mij vreselijk om haar daar alleen te laten gedurende drie of vier concerten die snel achter elkaar gegeven werden, maar het lukte me om een klein vliegtuig te vinden dat me elke morgen naar de kliniek bracht om haar te zien. Godzijdank was ze na een paar dagen genezen en kon ze de tournee met mij voortzetten.

We bereikten een klein stadje op de middag voor het concert. Nadat we ons ingeschreven hadden in het schoon uitziende, door Nederlanders gerunde hotel, vroeg ik naar het theater of de zaal waar mijn concert plaats zou hebben. De receptionist zei: "Het concert zal hier in het hotel gegeven worden."

"Heeft U hier een balzaal?" vroeg ik.

"Nee," zei hij, "het concert zal hier in de foyer plaats hebben."

Ik glimlachte, denkend dat hij niet wist waar hij het over had. Dit is klinkklare onzin," zei ik tegen hem. "Je kunt hier niet meer dan vijftig mensen kwijt."

"Oh," sprak hij zonder terug te lachen, "er zullen niet meer dan twintig mensen komen." Omdat hij bemerkte dat ik hem niet erg serieus nam, legde hij in een paar woorden uit waar het hele idee op neer kwam. Vier families van theeplanters uit de stad waren zo dol op muziek dat ze hadden besloten om samen het volledige honorarium te betalen voor alle Kunstkring concerten. Het maakte me blij om dat te horen. De zestien mensen die naar me kwamen luisteren kregen het beste concert van mijn tournee op Java. Een veelkoppig publiek verplicht me normaal gesproken aan het begin om te vechten voor hun aandacht en als ik het geluk heb geïnspireerd te zijn, dan win ik ze voor me, maar in dit geval inspireerden de paar muziekliefhebbers me om het beste van mezelf gelijk te geven. Na het concert was er een kleine bijeenkomst en nodigde een nogal enthousiast stel ons uit om de volgende dag op hun theeplantage te vertoeven. Nela, die geboren is in een omgeving van boeren en planters, is haar levendige interesse daarvoor nooit kwijtgeraakt en vond het dus een goed idee.

Omdat we de volgende dag vrij hadden, reed iemand ons 's ochtends via een steile weg naar een charmant huis in Hollandse stijl, met al zijn typische kenmerken. De ramen waren gewassen en - enkel ter afleiding - nogmaals gewassen, al het andere was prettig en fatsoenlijk, maar de grote winnaar was: de thee!

Ik ben altijd erg dol geweest op goede thee met een nogal lichte kleur. We dronken het in Polen in lange glazen met citroen en ik kon met gemak een half dozijn tot een dozijn glazen achter elkaar consumeren. Ik houd van de Engelse namiddagthee maar sta volkomen onverschillig tegenover de herkomst hiervan. Maar hier, op de Javaanse plantage, was ik absoluut onder de indruk van de smaak ervan, vanaf het eerste slokje van de thee die ze me aanboden. Vanaf dat moment, bleef ik mijn gastheer en gastvrouw vragen en smeken om een nieuw kopje thee. Tijdens het bridgen, wat we na het eten speelden, heb ik denk ik zeker een dozijn kopjes thee geabsorbeerd. Nectar is er een armzalig woord voor. Ik kan plechtig verklaren dat geen enkele drank, of het nou alcohol, koffie, chocolade of zelfs melkis, mijn verhemelte ooit meer voldoening heeft gegeven. Nela was ook enthousiast, maar ze was zo trots op haar perfecte kennis over waarom de theeblaadjes op de plantage superieur waren aan de theeblaadjes waaraan wij gewend waren, dat dat haar belangrijker toescheen dan het genot zelf. We vertrokken betoverd door onze dag in de heuvels.

De tournee werd in rap tempo voortgezet, zonder dat het eentonig werd; elke stad had zijn eigen bijzondere karakteristiek. In een van deze steden, pakte Nela mijn concertkleding uit de koffer en hing ze mijn zwarte rokkostuum aan een hangertje. Toen het tijd werd om om te kleden pakte ze de jas en kwamen er wel duizend muggen uit gevlogen, die de kamer vulden met hun overweldigende gezoem. We waren vervuld met afschuw en bevochten de muggen met wat we maar in handen konden krijgen. Het verbaasd me nog steeds dat we niet helemaal op zijn gevreten door deze helse insecten. Maar opnieuw wonnen we het gevecht.

De volgende stad was de heetste van allemaal; Soerabaja, de op een na grootste stad van het eiland. Hier werden onze bedden bedekt met een fijn muskietennet. We besloten ons uit te kleden en zoveel mogelijk tijd rustig en goed beschermd op bed te liggen. Maar er stond ons nog iets ergers te wachten. Een aantal zeer grote,ons onbekende insecten die er haast als echte dieren uitzagen dreigden onze netten te vernielen, door er met grote kracht tegen te slaan en ondertussen dreigende, ondraaglijke geluiden te maken. Er was moed voor nodig om de volgende dag op te staan en al het werk dat bij een concertdag hoort te moeten verrichten. Gelukkig konden we genieten van een onverwacht, artistiek verzetje. Niet ver van Soerabaja zetelde de keizer van Jogjakarta. Op mijn verbaasde vraag over het bestaan van een keizer, antwoordde eenNederlandse ambtenaar: "onze regering heeft de keizer altijd op zijn troon in het paleis van Jogjakarta gehouden, maar de kantoren van de Nederlandse gouverneur-generaal zijn aan de andere kant van het plein."

Ik vroeg: "Staat de keizer op vriendschappelijke voet met de gouverneur?"

"Oh ja," antwoordde mijn informant. "De keizer noemt de gouverneur 'Oom'."

We hadden het geluk daar te zijn op de dag van het jaarlijkse Nationale Feest van Java, toen het de Keizerlijk Gamelang werd toegestaan op te treden voor het paleis. Ik was erg nieuwsgierig naar deze performance waarvoor zich duizenden fervente liefhebbers van dit soort muziek verzameld hadden. Het enige wat ik ervan wist was dat de Balinese Gamelang had opgetreden op de laatste Wereldtentoonstellingin Parijs en dat deze een grote indruk had gemaakt op Debussy, Ravel en andere muzikanten die de kans hadden gehad het te horen. Ik werd betoverd door dit nieuwe, vreemde geluid, dat ik als niets anders dan muziek kon accepteren in de betekenis van een geordende, voorbereide opeenvolging van klankrijkheden. Ik kon goed begrijpen waarom deze muziek tot de verbeelding van de componisten had gesproken.

De laatste stad, Malang, op het uiterst westerse puntje van Java was gelukkig in de heuvels waar de hitte minder groot was en mijn tournee eindigde in Batavia. Ik werd aardig goed betaald in goed Nederlands geld. Onze volgende stopplaats, wederom met Strok, was in Manilla op de Filippijnen. Het was pas begin juli en tot mijn vreugde kwam ik tot de ontdekking datwe een aantal vrije dagen hadden voordat we de Japanse boot naar Hong Kong moesten nemen. Daar zou een of twee dagen later een Amerikaanse boot beschikbaar zijn om ons naar Manilla te varen. Zowel Nela als ik waren erg opgewonden over de mogelijkheid heteiland Bali te bezoeken, waar we wonderbaarlijke dingen over gehoord hadden. Toen we nog in Singapore waren had ik enthousiast verteld dat we misschien naar Bali zouden gaan. "Dat is geweldig," riep Noël. "Ik zal direct mijn vriend Smith telegraferen; hij zal jullie alles op de meest wonderbaarlijke manier laten zien."

Er was een vliegtuigverbinding tussen de twee eilanden en ik kon tickets voor de volgende vlucht krijgen. Twee interessante Amerikanen waren onze medepassagiers in het vliegtuig, Doris Duke,de rijke tabakserfgename, die op huwelijksreis was en haar bruidegom, een charmante heer met een Europese achtergrond. We raakten gelijk aan de praat omdat zij aanwezig waren geweest bij mijn concert in Singapore.

Ik herinner me een afschuwelijk moment tijdens deze vlucht. De piloot, die ernaar verlangde ons de schoonheid van het eiland te laten zien, vloog nogal laag. Wij vieren zaten allen bij het raampje om het landschap te bewonderen. Stel je onze angst voor toen we recht onder ons een verschrikkelijk grote krater zagen die hoge vlammen omhoog spoot die bijna het vliegtuig raakten. We schreeuwden het uit. Gelukkig gebeurde er niets, maar de Amerikaan ging naar de cockpit van de piloot protesteerde heftig. De man antwoordde dat hij ons het plezier hadwillen gunnen een echte vulkaan van dichtbij te aanschouwen. Korte tijd later landden we op het kleine vliegveld van dit magische eiland en de magie begon gelijk. We verlieten het vliegtuig ongestoord alsof we zomaar ergens geland waren met een helikopter.Er was een mooie weg, die aan weerszijden begrenst werd door hoge bomen, maar uit het niets kwam een lange stoet van rijzige vrouwen die, beladen met fruit en andere geschenken, langzaam en majestueus voor ons uit liepen. Ze gingen prachtig gekleed in kleurige rokken met blote borsten. Toen verdwenen ze plotseling om de hoek, alsof het een droom was geweest. We kwamen er later achter dat er dagelijks dergelijke processies waren als religieuze rite van hun eigen versie van het Buddhistische geloof.

Er was een erg lange blonde jongenman die zichzelf introduceerde. "Mijn naam is Smith. Mijn vriend Noël heeft me getelegrafeerd met de vraag jullie het eiland te laten zien. Dit zal mij een groot genoegen doen." Ik moet toegeven dat ik niet verwacht had dat Noël dat telegram zou sturen en was heel erg blij dat hij het daadwerkelijk gedaan had. Smith nam ons mee naar een klein hotel dat we er aantrekkelijk en schoon vonden uitzien. Het was eigenlijk een rusthuis van de Nederlandse overheid.

De volgende dag was geheel gewijd aan muziek en dans. Ik stelde onze Amerikaanse metgezellen voor aan Smith, die het hen toestond ons te vergezellen en hij maakte werkelijk alles mogelijk voor ons. Hij organiseerde een prachtige show waarvan het meest opvallende wat ik me kan herinneren een buitengewone dans was van een jongen die niet ouder dan tien jaar geweest kon zijn. De bewegingen van zijn handen, voeten en hoofd waren harmonieus verbonden met de bochten die zijn lichaam maakte en de dans kende verrukkelijke contrasten. Dan maakte hij weer een paar sprongen en dan bewoog hij weer heel langzaam. De dans werd begeleid door de Balinese Gamelang, die nauw verbonden was met de Javaanse maar met een paar extra percussie-instrumenten had. Gedurende de dag zagen we verschillende optochten die leken op de stoet van 's ochtends, maar dan met andere kleuren en andere geschenken die de vrouwen op hun hoofd droegen en waardoor ze met een zeer gracieuze houding liepen. We waren gelukkig verrast dat het klimaat hoewel heet toch aangenaam droog was.

Later op de avond regelde Smith een concert van een mannenkoor voor ons. Er waren twee dozijnen mannen die dicht tegenover elkaar stonden en één rij hief een lied aan waarbij iedere man een noot unisono zong. Hierop vielen de mannen aan de andere kant onmiddellijk in met een noot die een halve toon hoger was. Dit herhaalden ze een paar keer en toen begonnen ze het tempo op te schroeven, eindigend met een razend snelle uitwisseling van deze twee noten in een lange luide triller. Ik was gewoonwegontstelt door de twaalf zangers die de gesyncopeerde noten zongen met een onfeilbaar gevoel voor ritme. Ik denk dat dit het hoogtepunt was van ons bezoek aan dit prachtige eiland.

De volgende dag reed de onvermoeibare Smith ons een rondje om het eiland, met haar zachte heuvels, een dreigende vulkaan, rijstvelden en verbazingwekkend mooie bossen. Het hele landschap had een unieke schoonheid die ik nog nooit ergens tegengekomen was op mijn vele reizen.

Arthur Rubinstein

Print Version/Afdruk Versie