Artiesten

Prelude
Ouverture
Kunstkringen
Japanse Kampen
Orkesten/Koren
Komponisten
Artiesten
Sticusa/Erasmushuis
Programma's/Recensies
Encores/Links
Onderzoekers
Chronologie en kaarten
Knipsels
Gebouwen
Radio
gamelan
 
Otto Knaap          Print Version/Afdruk Versie

Otto Knaap werd geboren op 29 juli 1866 te Cheribon. Zijn moeder was, zoals gezegd, een Indo-europese, zijn vader een in de culteres werkzame "baar" die in het begin van de jaren zestig naar de kolonie was gekomen. Op jonge leeftijd vertrok Otto Knaap naar het moederland voor zijn schoolopleiding. Na het gymnasium te hebben doorlopen studeerde hij Nederlandse letteren aan de Rijksuniversiteit in Leiden. Daarnaast ontwikkelde hij zich tot een niet onverdienstelijk violist.
In 1895 is hij weer terug in Nederlands-Indië. Hij is eerst als employé in dienst van de KPM, de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij, maar al snel vond hij passender emplooi: hij werd kunstrecensent. Aanvankelijk bij de Prange 's Advertentieblad, maar al snel daarna, vanaf januari 1896, bij het dagblad waarvoor hij drie jaar lang onafgebroken zou recenseren: de Java-Bode. Knaap zag hierin een roeping voor zichzelf als groot kunstminnaar. Frappant was zijn reactie op de eerste kennismaking met het culturele leven in Batavia. Frappant omdat die vrijwel identiek is aan die van Hans van de Wall na zijn kennismaking daarmee enkele jaren eerder. Knaap schreef:

Zoo dra ik getuigen was geweest van kunstuitingen alhier, was het mij duidelijk, dat veel kaf onder het betrekkelijk weinige koren school. Langzamerhand rijpte het plan in mij[...] om de muzikale kunst op zoodanige wijze te dienen, dat zij hier het snelst eene
schrede verder zou worden gebracht. Ik wilde het land, dat mij lief was, mooi maken door er alvast te trachten de meest populaire der kunsten beter, trouwer en met meer oordeel te doen.

Knaap kwam naar Indië in een tijd die, zoals gezegd, cultureel gezien gekenmerkt werd door gezapig amateurisme. Een kunstleven zoals in Europa ontbrak. Beroepsgezelschappen waren er niet en een tournee van veelal derde-rangs Europese 'operatroepen', in de meeste gevallen van Italiaanse en Franse, werd al als een hoogtepunt ervaren. Het culturele leven werd gedragen door allerlei dilettantenverenigingen, die in het gunstigste geval werden geleid door Europese beroepskrachten die in de kolonie waren blijven 'hangen'. De normen die men ten aanzien van kunstbeoefening hanteerde, waren over het algemeen geen artistieke, maar vooral sociale: men wilde ontsnappen aan het dagelijkse patroon, men zocht gezelligheid, onstpanning en contacten.
Wat de podiumkunsten betreft had men een duidelijke voorkeur voor de muziek. Het muzikale repertoire in Batavia was licht en omvatte in die tijd vooral 'salonmuziek'. Men moet daarbij denken aan een diversiteit van vocale en instrumentale nummers van componisten als Theodor Kirchner (1823-1903), Hemi Wieniawski (1835-1880), David Popper (1843-1913) en Arthur Wïlford (1851-1926). Het was werk dat, om met Otto Knaap te spreken, 'op het programma van een café-concert thuis behoort, maar door velen blijkbaar innig gesavoureerd wordt.

Print Version/Afdruk Versie