Japanse Kampen

Prelude
Ouverture
Kunstkringen
Japanse Kampen
Orkesten/Koren
Komponisten
Artiesten
Sticusa/Erasmushuis
Programma's/Recensies
Encores/Links
Onderzoekers
Chronologie en kaarten
Knipsels
Gebouwen
Radio
gamelan
 
MUZIEK IN DE JAPANSE KAMPEN          Print Version/Afdruk Versie

Om de kamptijd zo nuttig mogelijk te besteden, werd in de meeste kampen onderwijs gegeven aan jongeren en gin­gen volwassenen naar lezingen of volgden cursussen die werden gegeven door vakmensen. Velen begrepen dat er geestelijk tegenwicht gevonden moest worden en tastten de mogelijkheden daartoe af in hun afgesloten wereldje. Er werd intussen ook gezongen, van krontjong tot stichtelijke liederen uit b.v.“Valerius Gedenck-klank”. Onder de geïnterneerden bevonden zich zowel amateur- als beroepsmusici.

De Nederlandse pianist Loo Vincent , op Java geboren maar in Nederland opgeleid, dirigeerde voor de oorlog het Kamerorkest van Soerabaya maar belandde ook in verscheidene Japanse kampen. Naderhand deed hij van zijn erva­ringen een boeiend verslag in het muziektijdschrift: Mens en Melodie.


 

 

“Elk stukje papier werd benut om muziekpartijen te noteren. Dat gebeurde uit het hoofd en, meestal wegens ruimte­gebrek, in het z.g. cijferschrift. Deze cryptische notaties wekten na ontdekking het wantrouwen op van de Japanners en werden prompt verbrand. Toch begon men onder mijn leiding volksliederen en carols in te studeren. De gealli­eerde medegevangenen leverden ook hun bijdrage in de vorm van folksongs uit Schotland, Wales en Ierland. Ook gaf ik les in algemeen vormend muziekonderwijs en had zelfs enkele leerlingen voor harmonie- en compositieleer. Bo­vendien ontstonden er eigengemaakte fluiten, guitaren, ukeleles, violen, blaasinstrumenten en zelfs een cello. Er werden enige honderden muziekuitvoeringen door mij geleid. Ook deed de grammofoon weer zijn intrede waarvan ik dankbaar gebruik maakte door muziek te draaien en van toelichting te voorzien. Ik vertelde daarbij over het leven van componisten, zoals Bach, Debussy en Schubert”.

 

Nadat het schip de Pulau Brantas, dat met repatrianten vlak voor de invasie op weg naar Ceylon, door Japanse vliegtuigen ten zuiden van Sumatra tot zinken was gebracht, belandde een deel der opvarenden alsnog in de interne­ringskampen. In het boek “De kracht van een lied” beschrijft Helen Colijn de grote rol die de muziek voor velen in deze moeilijke tijd heeft gespeeld. Twee vrouwen wisten uit het hoofd partituren van bekende klassieke orkestwer­ken voor koor te bewerken en in te studeren. Dat was aanvankelijk niet naar de zin van de Japanse bewakers die samenscholingen van meer dan tien gevangenen hadden verboden.

 

Dit z.g.” Stemmenorkest” bestond uit 30 Nederlandse, Engelse en Australische vrouwen en meisjes, die al neuriënd uitvoeringen gaven met werken van o.a. Ravel (Bolero), Schubert (Unvolendete), Chopin (Prelude) en Händel (Pastorale). Tevens zongen ze carols en folksongs. De Japanse soldaten konden hun oren niet geloven en lieten uit­eindelijk dit alles toch oogluikend toe. De partituren zijn bewaard geleven en later weer tot klinken gebracht via video en geluidscassettes. Ook is er enige jaren geleden hierover de film “Paradise Road” uitgebracht.

 

De ervaringen van de beroemde violist Szymon Goldberg die tijdens een tournee met de pianiste Lili Kraus, waar­mee hij een duo vormde, eveneens achter prikkeldraad verdween, zijn van dezelfde orde. Hij formeerde in het kamp Tjimahi een orkest, bestaande uit 14 violen, 1 fluit, 1 (kapotte) piano en 1 harmonium. De partijen van het vioolcon­cert van van Beethoven werden door G. uit het geheugen genoteerd, ingestudeerd en vervolgens uitgevoerd, waarbij de solist een viool, bespannen met gitaarsnaren bespeelde. (Zijn kostbare Stradivarius was tijdig in een kluis opge­borgen en kwam twee jaar later weer ongeschonden tevoorschijn). De Japanners hadden heimelijk ontzag voor hun internationale gast en lieten hem min of meer zijn gang gaan.

 

Op een dag moest G. met zijn viool aan de poort komen waar een oudere japanner hem vriendelijk in het engels vroeg zijn “kunsten” te vertonen. Het ging om houding, handstand en strijkmethodes, die prompt werden gefotogra­feerd. Het doel van deze séance bleef lang duister. Als teken van waardering kreeg hij G. een heerlijke maaltijd aan­geboden!

 

Vele jaren na de oorlog gaf deze violist een masterclass in Aspen (USA) waar hij een Japanse violist onder zijn hoede kreeg. Na een diepe buiging vertelde deze jonge man dat hij eigenlijk al vele jaren zijn leerling was. “Maar ik heb U toch niet eerder ontmoet,”zei Goldberg. -Dat is juist, maar de foto’s die mijn vader naar huis stuurde, maakte het studeren veel eenvoudiger! Aldus het verslag van professor W. F. Wertheim in zijn boek “De vier Wendingen”.

 

Dat Goldberg, die zijn carrière na de kamptijd gewoon voortzette, jegens de bezetters geen wrok koesterde, moge blijken uit het feit dat hij zich aan het eind van zijn leven in Japan vestigde en daar met een Japanse vrouw trouwde. Hij overleed in 1993.

Print Version/Afdruk Versie